Skip to content

DEZE ZESTIG DAGEN…

Een oude man wees me de weg naar de kust.
Naar de plaats waar zijn zoon was verdwenen.
Zestig dagen lang staarde hij naar de zee,
die hij voorheen nooit had gevreesd.

Ik ging erheen om de magie van de golven te ondervinden.
Een woestijn van blauwe schaduwen.
Een mysterie, een koninkrijk van onbekende genoegens,
een woeste plaats om te vertoeven.

De eerste reis die hij maakte, voor ‘t laatst gezien.
Geen terugkeer toen de wolken verdwenen.
Zijn vader kon nergens heen, kon niemand zien.
Deze zestig dagen, de oude man werd slechts ouder.
Zijn enige verwijt; was het zijn schuld?
Nergens om heen te gaan, nergens om zich te verschuilen.
En het werd donker.

De keer daarop toen ik terugkwam, het jaar naderde een einde.
Passeerde ik het huis van de oude man.
Niemand deed open, geen licht, geen geluid, geen bloemen.

Een dorpeling vertelde me dat de oude man was overleden.
De laatste maal dat hij naar de zee was gegaan.
De pijn in z’n hart, hij nam een stukje van mij mee.

Begraven op de rots vlak naast de zee.
Zodat, indien zijn zoon terug zou keren, hij de eerste zou zijn,
die hem de weg zou kunnen wijzen, de weg naar hun (t)huis.
Terwijl ik daar bij dat graf stond, mijn ogen werden nat.
Naderde een jongeman die me zei dat…
Als hij ooit de kans zou krijgen, hij de zee op zou gaan.

Een oude man wees me de weg naar de kust,
de plek waar mijn jeugd verdween.
Zestig dagen lang staarde ik naar de zee, die ik nooit zal vrezen.

Begraven op de rots naast diezelfde zee.
Als ik ooit zal verdwalen zal dit een baken zijn,
het eerste dat me de weg zal wijzen naar mijn (t)huis.

De eerste reis die ik zal maken, voor ‘t laatst gezien.
Geen terugkeer als de wolken verdwijnen.
Zal ik ooit ergens heen kunnen, iemand hebben om te kunnen zien.
Als ik ooit nog terugga naar die plaats bij de zee.
Neem ik mijn herinneringen en de smart met me mee.
Nergens om heen te gaan, nergens om me te verschuilen.

Tonny de Rouw
Tonny de Rouw Administrator

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.